De barmhartige Samaritaan, een treffende gelijkenis.

Door onze topcolumnist

Het is zaterdag 16 februari 1957. In onze klas kun je een speld horen vallen. In die tijd is dat niets bijzonders, zeker niet na een donderspeech van Frater Albertus. Zelfs de goudvis durft dan in zijn kom geen vin meer te verroeren. Op deze koude winterse ochtend heeft die doodse stilte een speciale reden.  De broeder vertelt  een mooi  Bijbels verhaal, dat je niet onberoerd laat.

Langs de weg ligt een zwaar gewonde, joodse man badend in het bloed. Hij is het slachtoffer van een brute overval.  Zijn medeburgers hebben geen oog voor hem.  Niemand die ook maar een vinger uitsteekt naar de hulpbehoevende man. Schande! Dan komt een reiziger op een zwaarbeladen ezel langs. Het is een Samaritaan. Samaritanen worden in die tijd door Joden met de nek aangekeken.
Uitgerekend hij steekt liefdevol de handen uit de mouw. Hij geeft hem wat te drinken. De man knapt zienderogen op. Een hartverwarmend tafereeltje. Naastenliefde in de praktijk!  Zo hoort het!

De barmhartige Samaritaan

Alle kinderen zijn diep onder de indruk van deze parabel. Behalve Nico Stuiver, maar daar kijken wij niet van op. Driekwart van het jaar zit Nico voor straf op zijn knieën voor de klas.  Ook nu solliciteert hij uitdrukkelijk naar die openstaande vacature bij het
schoolbord. “Had die vent niet beter de dokterkunnen bellen?”, roept hij brutaal door de klas.
Frater Albertus is niet zo barmhartig als de Samaritaan en sleurt de lompe vlegel uit de bank.  Nico mag Jahweh op zijn blote knieën danken, dat hij slechts drie draaien om zijn oren krijgt.

Op  zaterdag 16 februari 2013 zit in de zesde ronde van de externe competitie aan het eind van de middag een man wanhopig en
zwetend achter het schaakbord.  De stelling waar hij mistroostig naar zit te gluren is een ruïne.  Zijn stukken staan her en der over het bord verspreid. Zijn koning staat moederzielig alleen in een donker hoekje. Zelden iemand zo verloren zien staan.  Teamgenoten
lopen ijlings langs en keuren hun schaakcollega geen blik waardig. Niemand die ook maar een vinger uitsteekt naar dit slachtoffer van geestelijk geweld. Zelfs een opbeurend woordje blijft achterwege. Schande!
Dan zwaait de deur van de speelzaal open.  Zonder bombarie, hoorngeschal zou gepast zijn geweest, komt een jeugdig schaker terug van een toiletbezoek.  Rustig en zelfverzekerd als altijd neemt hij zijn plaats weer in. Onze aimabele jongeling is de tegenstander van de arme man, die eindelijk het moede hoofd in de schoot legt. Als de barmhartige Samaritaan ontfermt de adonis zich direct over de gedesillusioneerde schaker . Hij spreekt op gedempte toon enkele troostende woorden en biedt hem een drankje aan. Witjes om zijn neus neemt deze rillend een paar kleine slokjes.  Ondertussen laat het sociale jeugdlid heel fijntjes zien welke wegen de stakker beter kan bewandelen om er in de toekomst zonder kleerscheuren van af te komen. De man knapt zienderogen op. Een hartverwarmend
tafereeltje. Naastenliefde in praktijk. Zo hoort het!

Diep onder de indruk verlaat ik het clublokaal. Net als ik op mijn fiets wil stappen, loopt er een man schoorvoetend  langs mij heen. Hoewel ik hem in tijden niet meer heb gezien, herken ik  hem direct. Het is mijn oude klasgenoot van de lagere school, die dekselse Nico Stuiver.  “ He Nico”, roep ik enthousiast, “ hoe is het?”
“Niet best, jungske, volgende week krijg ik twee nieuwe knieën!”

Met verzorgde groet,

Mari van Ooijen.

2 comments to De barmhartige Samaritaan, een treffende gelijkenis.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>