Zwart-wit

Door onze topcolumnist

Als dokter Hans van Swol midden jaren vijftig van de vorige eeuw zijn televisieprogramma  “Ziek zijn, beter worden”  presenteert, zit half, zo niet heel Nederland, gekluisterd aan de buis. In dit unieke programma,  dat rechtstreeks in schaakkleuren wordt uitgezonden, bespreekt deze charismatische huisarts allerlei kwaaltjes en aandoeningen. Kijkers krijgen bovendien de gelegenheid om telefonisch een medische vraag te stellen.

Van die mogelijkheid wordt door vogels van diverse pluimage uit alle windstreken van het land gretig gebruik gemaakt.  Zo klaagt een handelaar in oud ijzer uit Klazinaveen over loodzware benen, een schilder uit Schin op Geul heeft overal lak aan en een jonge kapelaan uit Hellevoetssluis vraagt op besmuikte toon wat te doen tegen jeuk in het kruis.
Op alle vragen geeft de eerste televisiedokter een bevredigend antwoord.
Eén uitzending kan ik me nog heel goed voor de geest halen.
In de studio van de VPRO rinkelt de bakelieten telefoon. Dokter Van Swol neemt theatraal de hoorn van de haak. Aan de andere kant van de lijn hangt een huilende man uit Thorn, het witte stadje in het zuiden des lands, dat ’s zomers zwart ziet van de toeristen.
“Dokter, ik ben een schaker.  Iedere avond speel ik een potje met mijn buurman en elke keer laat hij me genadeloos  alle hoeken van het bord zien. Ik word daar zo moedeloos van.
Wat raadt u mij aan, dokter?” , snikt hij hartverscheurend. In alle Hollandse huiskamers, waarin een doordringende spruitjeslucht hangt,  klinkt dan de zalvende stem van Hans van Swol:
“Verhuis beste kerel, verhuis per direct!”

Bijna veertig jaar na die emotionele televisie-uitzending woon ik een theatervoorstelling van Toon Hermans bij in het Casino aan de Parade. In de pauze neem ik in de foyer een koel drankje. Plotseling valt mijn oog op een man die, nippend aan een glaasje jus d’orange, moederziel alleen aan een tafeltje zit. Hij is onberispelijk gekleed in een diepzwart maatkostuum. Alleen de stropdas en het pochet in de borstzak van zijn colbertje zijn hagelwit. Ik herken hem meteen. Het is Hans van Swol, de befaamde dokter uit het zwart-wit televisietijdperk. Zijn opvallende, gedistingeerde outfit verschaft mij een buitenkansje
om een gesprek met hem aan te knopen. Kordaat stap ik op hem af. Met een beleefd knikje maak ik hem attent op mijn aards bestaan.
“U bent vast een schaakliefhebber, dokter Van Swol!”, zeg ik wijzend op zijn kledij en op een toon, die menig omstander doet vermoeden dat mijn aan stembanden een dikke strooplaag kleeft. Ik verwacht een arrogante blik, die gegarandeerd  mijn zelfvertrouwen laat ineenschrompelen als een ijsklontje in kokend water, maar het tegendeel is waar.
“Goh, dat u mij nog kent”, zegt hij bijzonder vriendelijk, “ik voel me zeer gevleid!”
En meteen steekt de tv-coryfee uit lang vervlogen tijden van wal.
“Vroeger speelde ik graag tennis of rugby, maar tegenwoordig geef ik de voorkeur aan een schaakpartijtje, het liefst met wit. Ik heb het spel geleerd van een patiënt tijdens het bezoekuur.  Het duurt niet lang of ik ben in staat hem behoorlijk tegenstand te bieden.
Een keer is het spreekuur daardoor gigantisch uit de hand gelopen. We gebruiken die ochtend beiden veel bedenktijd. Ondertussen stroomt de wachtkamer vol met mensen, die ziek, zwak of misselijk zijn. Onmogelijk om die allemaal nog een persoonlijk consult te geven. Er is geen andere optie dan alle patiënten via een televisiemonitor van advies te dienen! Mijn raad is klaarblijkelijk goed opgevolgd, want meer dan driekwart van die mensen heb ik nooit meer op mijn spreekuur terug gezien!”
Nu de in de vergetelheid geraakte huisarts op zijn praatstoel zit, informeer ik meteen even naar die Limburgse schaker, die tijdens de televisie-uitzending in tranen uitbarstte.
“Ja, ook die man heeft mijn advies niet in de wind geslagen. Sterker nog, hij was een blauwe maandag mijn buurman.”
“Excuseer dat ik u interrumpeer dokter, maar hoe zo was? Is hij overleden dan?”
“Nee dat niet. Als ik hem op een gure winteravond bij mij thuis  ijskoud mat zet, trekt hij wit weg en ziet zwart voor de ogen. Ook nu laat hij de tranen rijkelijk vloeien.  Ik heb de goede man toen aangeraden per direct te verhuizen. Hij woont nu in een hutje op de hei.”
“En wat had die kapelaan uit Hellevoetssluis nou eigenlijk?”, vraag ik nieuwsgierig.
“Oh, die man had last van schaamluis!”
“Leeft die geestelijke trouwens nog, Hans?”
Nee, sinds kort vertoeft hij in het Hemels Paradijs. Daar heeft hij inmiddels een luizenbaantje; hij verzorgt op verzoek van Petrus de beestjes van Onze Lieve Heer!

Dan gaat de zoemer. De pauze is om. Samen gaan we naar de zaal waar Toon al achter de coulissen staat te trappelen van ongeduld om zijn publiek met sketches en liedjes te vermaken. Terwijl dokter van Swol snel naar zijn plaats op het balkon loopt, zoek ik mijn schellinkje op. Vanuit de engelenbak  zie ik een lichtzinnige vader met zijn goedzittend wit jasje en een zwart dasje in extase voorbij schuiven. Die bon vivant is vast lid van een schaakvereniging. Daar wemelt het immers van de schuivers!

Gezonde groeten, helaas niet van dokter Hans van Swol.
Ik heb hier zwart op wit, dat hij op 30 mei 2010 in de gezegende leeftijd van 95 jaar in zijn geboortestad Amsterdam is overleden. God hebbe zijn ziel, wit uiteraard!

Sjaak Mad

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>