Toen was geluk heel gewoon

Door onze topcolumnist

Het is vrijdagavond 3 december 1965. Buiten is het ijskoud en er waait een snerpende wind door de kale bomen. In de haast lege Hinthamerstraat in Den Bosch laat een breedgeschouderde man plichtmatig zijn herdershond uit. Voor de etalage van kruidenierswinkel De Gruyter houdt hij halt.
Door het schaars verlichte vensterraam ziet hij op een kartonnen plaat een levensgrote afbeelding van Sint Nicolaas met zijn schimmel. Pal naast de grote kindervriend staat Zwarte Piet, die met zijn veelkleurig pak, zijn kroeshaar, vuurrode lippen en hagelwitte tanden door een gouden oorringetje is te halen. In zijn hand houdt hij lachend een zak knapperige pepernoten in de hoogte.
“Snoepje van de week” staat er in krulletters onder. De man wordt er zichtbaar vrolijk van.
Zijn blijdschap slaat echter al gauw om in boosheid, als hij bemerkt dat Rin Tin Tin over zijn nieuwe schoenen staat te plassen.

Terwijl de gewone sterveling op zijn zolderkamertje een knullig sinterklaasgedicht schrijft,
zit in een bovenzaaltje van Paradiso , een bruin café gelegen aan de Zuid-Willemsvaart, een
twintigtal mannen peinzend en kromgebogen over een schaakbord. Allen zijn lid van Schaakvereniging “Hertogstad”, waar de legendarische Piet van Berge de scepter zwaait.
Een vrouw is in het kleine lokaaltje nergens te bekennen. In die tijd, waarin geluk nog heel gewoon is, is schaken een mannensport. Als het aan grootmeester Donner ligt, moet dat zo blijven.
Hij is van mening dat vrouwen niet kunnen schaken. Met die provocerende uitspraak haalt de Amsterdamse dikbuikige schaakmeester zich de woede van Dolle Mina’s op de hals.
Trudy Doerak, een roodharige feministe, schreeuwt het furieus van de daken.
“Meneer Donner, u discrimineert. U bedoelt eigenlijk te zeggen dat negers niet kunnen schaken”. Jan Hein is niet op zijn mondje gevallen en dient haar subtiel van repliek:
“Nee, mevrouw, u begrijpt mij niet goed. Negerinnen kunnen niet schaken!”
Daar had dat mens op dat moment niet van terug! Anno 2015 weten we beter.
Tegenwoordig zijn er talrijke vrouwen, die niet alleen kopjes en schotels afdrogen, maar ook gerenommeerde schaakspelers!
Maar in 1965 zitten de meeste vrouwen er echt niet mee, dat zij geen lid zijn van een schaakclub.
Ze hebben hun handen meer dan vol aan hun huishouden. De deurmat is de enige mat die zij kennen. Op deze koude, gure avond brengt Mien, de vrouw van Jo van Overdijk, na een inspannend dagje haar kroost om acht uur naar bed. De rest van de avond zit ze tevreden in een leunstoel bij de radio. Met liefde en plezier breit ze een wollen trui met een geblokt motief voor haar liefhebbende echtgenoot. Onderwijl luistert ze naar Paul Vlaanderen en het Alex Mysterie, een detectivehoorspel in acht delen geschreven door Francis Durbridge. Inspecteur Paul Vlaanderen probeert samen met zijn vrouw Ina een treinmoord op te lossen. Het is vreselijk spannend. Na afloop van de eerste aflevering zoekt Mien met zweet in haar handen haar slaapplaats op. Bibberend voelt ze eerst even aan de achterdeur of die echt gesloten is.
Ook in het bovenzaaltje van Paradiso heerst er een zinderende spanning. Van Ameide probeert trillend van de zenuwen met een speculatief stukoffer de partij naar zich toe te trekken. Piet van Rijswijk wiebelt onrustig heen en weer op zijn stoel. Zijn stelling lijkt op de ruïne van Brederode. Van den Donk overziet in gewonnen positie een mat achter de paaltjes. Met een gesmoorde vloek staat hij krijtbleek op en verlaat ijlings zonder iets te zeggen het etablissement. Ondanks alle emoties heerst er een serene stilte in de zaal. Alleen het regelmatige tikken van de schaakklokken, een enkel kuchje of een diepe zucht is hoorbaar. Niemand beklaagt zich over de dikke rookwolken, die in het vertrek hangen. Roken hoort net zo bij schaken als rookworst bij oer-Hollandse erwtensoep. Peter van Raay lurkt aan zijn pijp, waaruit meer rook kringelt dan uit de stoommachine van James Watt. Seelemeijer en Boon steken bij iedere zet een sigaret op. De bloednerveuze Van Ginkel heeft in tijdnoodfase zelfs twee saffies aan zijn onderlip hangen. Hij vreet ze alle twee op.
Roger Feytens, een broekie uit België, speelt met wit tegen de geroutineerde Pool Romanek.
“Sjah check”, bromt de oude schaakrot , als hij met zijn dame de koning van zijn tegenstrever aanvalt. Het jonge ventje laat zich niet intimideren, pareert het schaak en een paar zetjes later incasseert hij onder het alziend oog van Piet van Berge bescheiden glimlachend het volle punt.
Het niveau van de meeste partijen is overigens niet om aan te gluren, maar toch altijd vele malen hoger dan van de huis- tuin- en keukenschaker. Kijk hier maar eens naar een schaakpartij van
Jaap Kooiman en zijn baas, meneer Harmsen, gespeeld in de tijd toen geluk heel gewoon was.
De hautaine chef, die praat alsof ereen mud aardappelen in zijn keel zit, wil een partij spelen maar Jaap maakt er schaamteloos een potje van.

Aan het eind van de avond als de rooklucht te snijden is, zijn nog twee partijen in volle gang.
De uitbater steekt zijn bolle harses om de hoek van de deur en roept ongegeneerd hard dat hij gaat sluiten. Wedstrijdleider Nobbe maant de spelers aan de partij af te breken. Met rode koontjes duiken twee volwassen kerels van middelbare leeftijd onder de tafel met een klein papiertje , waarop zij in beverig handschrift een zet noteren. Het blaadje wordt dubbelgevouwen in een bruine enveloppe geschoven, waarop de stelling is aangegeven. Alsof het een notariële akte betreft,
wordt de enveloppe met de afgebroken zet aan de achterkant door beide schakers over de plakrand gesigneerd. De komende dagen zal er druk geanalyseerd worden.
Jo van Overdijk, ex kampioen van Den Bosch, is een van hen. Vermoeid zoekt hij rond het middennachtelijk uur huis en haard op. Thuisgekomen doet hij onderaan de trap zijn schoenen uit. Als een bordeelsluiper begeeft hij zich naar de slaapkamer. Moeder de vrouw ligt te woelen in de echtelijke sponde. Droomt zij over de moordenaar van de treinmoord? Zachtjes kruipt Jo achter de gebreide boks. De eerste uren kan hij de slaap niet vatten. Allerlei varianten spelen door zijn hoofd. Heeft hij dan toch de verkeerde zet afgegeven? Was loperruil niet beter geweest of had hij er goed aan gedaan zijn paardje op e5 te ontpennen? Uitgeput valt hij tegen het ochtendgloren in slaap met zijn notatieboekje tegen zijn borst aangedrukt.
Secretaris Piet van Berge heeft die nacht eveneens geen oog dicht gedaan. Hij heeft het stoute plan opgevat om een fusie aan te gaan met een andere Bossche club, Max Euwe. Beide besturen zien wel brood in een fusie. Al in 1966 wordt HMC Den Bosch opgericht. De doelstellingen van de fonkelnieuwe schaakvereniging kunnen worden samengevat in drie kernwoorden:
GROOT, STERK en GEZELLIG ! Met meer dan honderd leden, een vlaggenschip dat uitkomt in de meesterklasse en goed bezochte clubavonden heeft de club haar ambities in de loop der jaren meer dan waargemaakt!

In 2016 bestaat “Hertogstad Max Euwe Combinatie ’s-Hertogenbosch” vijftig jaar!
Dat gouden jubileum moet uiteraard groots gevierd worden. Een gouden tip voor het bestuur:
bouw met medewerking van Arie Ribbens een onvergetelijk feestje. Deze volkszanger adviseert te zijner tijd alle stoelen in “De Biechten”aan de kant te zetten. Wat hem betreft gaan dan bij alle leden de remmen los en springen ze voor een keertje eens heerlijk uit de band. Sluit hier aan voor de polonaise Hollandaise. Vergeet niet bij Hoevelaken linksaf te slaan!
Bij het eeuwfeest in 2066 zullen de jeugdige leden van nu er nog de mond vol van hebben:
“Ja jongen”, zegt opa Mollema een tikkeltje weemoedig tegen zijn kleinzoon van drie turven hoog, “toen was geluk heel gewoon!”

Nostalgische groeten,
Sjaak Mad

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>