De schaakfluisteraar

Door onze topcolumnist

Eindelijk heb ik mijn opleiding tot mentalist bij Derek Ogilvie  afgerond. Mijn coach is een  babyfluisteraar uit Schotland, die met zijn tv-optredens veel bekendheid heeft verworven.
Die man heeft een vriendelijke uitstraling, maar vergis je niet: hij gaat over lijken!
Ik heb er hard voor moeten ploeteren, maar afgelopen week heb ik uit zijn handen een prachtige oorkonde mogen ontvangen, waarop een groot doodshoofd is afgebeeld.
“Die kop komt mij bekend voor, maar ik kan hem niet helemaal thuisbrengen”, zeg ik aarzelend tegen mijn mentor.
“Dat is een recente pasfoto van wijlen Joseph Dunninger”, zegt Derek resoluut.
“Hij is rond 1890 een beroemde Amerikaan, begenadigd met bovennatuurlijke gaven, een lichtend voorbeeld voor iedereen die in contact wil komen met zijn overleden dierbaren.”
De cursus heeft mij flink wat duiten gekost, maar gelukkig heb ik in de loop der jaren genoeg  geld bijeengeschraapt met matchfixing en het telen van hennepplantjes in een achterkamertje om de befaamde Ghostwisperer te betalen. Aangezien die man je ook na je dood weet te vinden, heb ik de torenhoge nota direct in contanten uitgekeerd.
Hoe dan ook, ik mag mij nu officieel mentalist noemen. Op mijn bul staat vermeld dat ik nu over de gave beschik om  overleden personen interessante informatie te ontfutselen en die door te geven aan mensen die daarin zijn geïnteresseerd.
Thuisgekomen ben ik direct aan de slag gegaan. De weersomstandigheden, er is geen wolkje aan de lucht, lijken mij ideaal voor een draadloze verbinding. Toch verlopen de eerste contacten vrij stroef. Misschien had ik ook niet moeten beginnen met Alexander Bell.
Die kerel  is alleen telefonisch bereikbaar. Van een KPN-medewerker heb ik  vernomen dat zijn nummer wegens wanbetaling allang is afgesloten. Contact leggen met Ludwig von Beethoven lukt mij ook niet. Na de vijfde poging houd ik het voor gezien. Uit nadere bestudering van zijn persoonsdossier blijkt, dat de  componist niets heeft gehoord.
Ondanks alle tegenslag ga ik stug door. Na het drinken van een kop sterke koffie tracht ik Prins Bernhard te bereiken. Dit voormalig lid van het Koninklijk Huis heeft minstens een gros geheimen in zijn graf meegenomen. Misschien wil hij er nu een paar prijs geven. Helaas geeft de Prins der Nederlanden, ook na lang aandringen, niet thuis. Volgens de AIVD zit de
schavuit van Oranje op de eeuwige jachtvelden onophoudelijk achter de vrouwtjes aan.
Het is om moedeloos van te worden. Precies op het moment dat ik besluit om  het bijltje erbij neer te gooien, valt mijn oog plots op mijn schaakbord. Het geeft mij nieuw elan.
Ik vat onmiddellijk het plan op om mijn geluk te beproeven met beroemde schaakspelers uit lang vervlogen tijden.  De eerste die ik toefluister, is Alexander Aljechin.
Ondanks de uitstekende verbinding is de grootmeester, die in 1937 overtuigend zijn wereldtitel herovert op Max Euwe,  moeilijk te verstaan. Alexander blijkt nog steeds niet van zijn alcoholverslaving te zijn afgekickt. Straalbezopen staat hij mij te woord. Hij spreekt met dubbele tong en  mauwt harder dan zijn twee Siamese katten.
“Vind je het goed als ik op een andere keer terug kom, Alexander?”, vraag ik beleefd.
Het enige wat ik hoor, is het ontkurken van een fles Mouton Rothschild uit 1946.
Met Lionel Kiezeritzky heb ik meer succes. Ter voorbereiding heb ik  zijn onsterfelijke partij tegen Adolf Anderssen een paar keer nagespeeld. Klik hier voor die immortal game, die hij in Londen speelde op 21 juni 1851 tegen de grote Adolf Anderssen.
Het intrigeert mij enorm hoe de avond van die arme drommel na deze verschrikkelijke nederlaag is verlopen. Heeft hij bij terugkeer in het hotel direct een fles wodka opgezopen?
Heeft hij overwogen uit het raam te springen of heeft hij de nacht in de armen van een prostitué doorgebracht? In schaakboeken wordt daar met geen woord over gerept.
Mooie gelegenheid om hem daarover eens aan de tand des tijds te voelen.
“Zeg Lionel, heb je Anderssen nog gefeliciteerd met zijn prachtige overwinning?”
“Natuurlijk niet! Na de 23e zet van die zakkenwasser ben ik meteen opgestaan en pisnijdig de speelzaal uitgelopen.
“En waar ben je toen naar toe gegaan?”
“Laat ik dat maar voor mijzelf houden. Mijn naam is door die lapzwans al genoeg bezoedeld!
Wil je alsjeblieft mijn naam zuiveren door een winstpartij van mij te publiceren?, vraagt hij ineens op meelijwekkende toon, die een traan met een tuitje in mijn ogen doet opwellen.
“Ik heb die Anderssen in 1851 in London in een match over 15 partijen liefst zeven keer verslagen, maar daar hoor je niemand over!”
Bij deze een poging tot rehabilitatie van Lionel Kieseritzky!
Na hem heb ik nog kortstondig telepathisch contact met enkele andere schaakgrootheden, waaronder de legendarische  Paul Morphy, Siegbert Tarrasch, Wilhelm Steinnitz, en
Raoul Capablanca. Tot mijn grote spijt krijg ik geen verbinding met  Karl Schlechter.
Dat hij niet reageert valt te begrijpen; Schlechter is immers niet te spreken over zijn verloren tiende matchpartij, gespeeld in 1910 tegen Emanuel Lasker. Bij remise had de  “Draw King”
de wereldtitel in de wacht gesleept.
Het is tegen het ochtendgloren als ik vermoeid maar voldaan de bedstee opzoek.

Beste lezer, ik heb nooit vermoed dat er in dode mensen nog zoveel leven zit. Ongelooflijk!
Mocht je ook een prangende vraag hebben of gewoon iets willen weten over een overledene, laat het mij weten. Met alle plezier neem ik namens jou contact met de persoon in kwestie op, het liefst een schaakspeler, iemand anders mag ook, zolang het maar niet je schoonmoeder is!

Groeten uit het hiernamaals,
Sjaak Mad

3 comments to De schaakfluisteraar

  • eric merx

    Hoi Mari

    Wederom een schitterend verhaal, hoe verzin je het toch allemaal!
    Alleen de zin groeten uit het hiernamaals, Sjaak Mad baart mij enige zorgen. Kunnen we nu alleen nog met Sjaak Mad in contact komen via Derek Ogilvie??

    Groeten Eric

  • Mari

    Hoi Eric,

    Bedankt voor je bezorgde reactie.
    Niet nodig, jongen! Sjaak had moeten vermelden dat hij toevallig ook nog even gesproken heeft met Magere Hein, een uiterst onguur en onbetrouwbaar sujet.
    Hij wilde enkele schakers de groeten brengen, maar het leek Sjaak Sjaak Mad toch beter als hij ze zelf doorgaf!
    Hein ging er onder protest mee akkoord.
    “Als je maar niet denkt, dat van uitstel afstel komt!”, zei hij meesmuilend en droop af met de zeis tussen zijn benen.

    Springlevende groeten!

  • eric merx

    Hoi Mari,

    Dan ben ik volledig gerustgesteld. Ik zie je 19 maart weer bij de externe
    wedstrijd tegen de Kentering.

    Groeten Eric

Leave a Reply to Mari Cancel reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>