Dagje Amsterdam

Door onze topcolumnist

Sjaak Mad. Niet zo lang geleden loop ik in een aangenaam voorjaarszonnetje op een doordeweekse dag door de Derde Goudsbloemdwarsstraat in Amsterdam.
Als ik even niet goed uit mijn doppen kijk, stoot ik mijn rechterknie tegen een van die bruine klotepaaltjes, die het trottoir afbakenen  van de rijweg. Met een van pijn verwrongen gezicht strompel ik verder op zoek naar een horecagelegenheid.
“Hei daar heb je Manke Neilis”, gilt een jongetje van een jaar of tien knoerthard over straat. Mijn knie bloedt, maar ik  doe net alsof het mijn neus is.
“ Hei jonge, weet jei waar ik een kroeg kan vinden hiero?” vraag ik met de tongval van Johnny Jordaan aan het ongemanierde kereltje.
“Daar sta je recht voor, eikel”, antwoordt het knaapje brutaal. Die opmerking schiet bij mij toch in het verkeerde keelgat.  Voor ik echter Ciske de Rat, want daar lijkt de vlegel sprekend op, een hengst voor zijn kanis kan geven, is hij al gevlogen.
Een beetje geïrriteerd, maar zonder de minste schroom stap ik het aangewezen café binnen in de hoop om wat typetjes te ontmoeten, die Simon Carmiggelt zo beeldend heeft beschreven in zijn bundel “Kroeglopen”.
Ome Jan zal ik  helaas niet tegen het lijf lopen. “Hij zakte op weg van de kroeg naar zijn kamertje in de steeg als een lampion in elkaar en was meteen elders.”,  aldus Carmiggelt, die overigens zelf ook allang kasjewijle is.
In Café Lowietje is het oergezellig en keidruk. Op de achtergrond klinkt het snerpend stemgeluid van Tante Na. “Oh Saberiosia”.  Zelfs het grootste sjaggerijn uit De Jordaan zingt spontaan met dat mens mee!  Sabbededejedejedeje Holladio….
“Doe mij maar un pikketanussie, want dat gaat d’r alteid in” roep ik familiair tegen de kastelein. Ik word op mijn wenken  bediend.  Jofele peer, die gozer!
Twee mannen, de een met een bierbuik en de ander met een krotenneus, hangen schaterlachend met een pilsje in de hand aan de tapkast.  Het zijn rasechte Amsterdammers en die zijn voor de gein ingeënt. De ene schijtlollige opmerking na de andere rolt over de bar:
“Ober breng eens wat geld, ik wil afrekenen”;  dat soort teksten dus.
Aan een tafeltje in een schemerig hoekje zit een bejaarde man met grote bloemkooloren achter een schaakbord. Zijn hond, een boxer, springt tegen hem aan en met zijn poot slaat het beest per abuis een pion van het bord.
“So seg, die hond van u ken goed schake” zeg ik om een gesprekje aan te knopen. “Nauw meneer” ,antwoordt de man droog, “Max ken er gin haut fan.  Ik heb hem al twee keer mat geset.” Zo, die kan ik in mijn zak steken!
“Is det beessie naar Max Euwe genoemd?”, vraag ik oprecht geïnteresseerd om het gesprek gaande te houden.
“Nei joh, hij is vernoemd naar  Max Schmeling,  je weet wel, die Deutse bokser
die in 1936 in het hol van de leeuw in een gevecht om het wereldkampioenschap  Joe Louis tegen het canvas sloeg. Dat was een echte matpartij, jongen” zegt de man melancholisch kijkend naar het schaakbord.
“Oh, den vergis ik me eige”, zeg ik verontschuldigend en maak me sneller uit de voeten dan Mohammed Ali, want van boksen weet ik nog minder dan alle duiven op de Dam.  Voor ik de kroeg verlaat, vraag ik aan de kastelein, die mijn afgang niet is ontgaan,  of hij mij de weg kan wijzen naar het Max Euwe Centrum.
“Tuurlijk jongen”, zegt de bierbrouwer gemoedelijk en somt uit het blote hoofd meteen een stel straatnamen op waar ik allemaal doorheen moet lopen.
Eenmaal buiten volg ik stipt zijn aanwijzingen op. Na een klein half uurtje sta ik voor het raam van Blonde Neel, die druk met haar mobieltje in de weer is.
“Mag ik effe store, dame? Ben jij de frauw van Max Euwe?”, vraag ik een klein binnenpretje onderdrukkend.
Nei, ik ben de kleintdochter von Max Schmeling! En trouwes, je mot de groete
hebbe van Lowietje!”, zegt ze proestend van de lach.
Amsterdamse humor gaat nooit verloren, zolang de lepel in de brijpot staat.
Maar ik ben het zat. Voor vandaag ben ik genoeg in de zeik gezet.
Se kenne fan mei allemaal  ut laplazerus kreige! De touwtering is ook goed!
Hoewel de dag nog lang niet om is, neem ik zonder dralen de eerste beste trein naar het Brabantse land, waar het leven goed en ongecompliceerd is.
Amsterdam is een heel mooie stad, mooier dan Parijs zelfs,  maar ik hou toch meer van Den Bosch! In de kroegzanger Mike Vincent vind ik een vrolijke geestverwant.

Houdoe!

7 comments to Dagje Amsterdam

  • eric merx

    Hoi Mari, wederom een schitterend verhaal. Ik heb er weer van genoten.

    Groeten Eric

  • Sjaak

    Hoi Eric,

    Hartstikke bedankt voor je complimenten.

    Groetjes en tot kijk.
    Sjaak

  • Loek Mostertman

    Hoe kun je als eenvoudig HMC’er ontdekken dat Mari van Ooijen achter het
    irritant flauwe pseudoniem Sjaak Mad schuilt? Dat hij wordt aangekondigd als ‘topcolumnist’ vind ik te veel eer voor hem, maar ik geef wel toe dat deze laatste column briljant was en reikt naar het nivo dat Peter van Raay eertijds wist te bereiken. Al heb ik dus voor Sjaak Mad als columnist geen overdreven waardering, ik heb wel veel respect voor Mari als mens en als schaker. Hoe ik ook door veel te spelen probeer mijn hmc rating op te schroeven, het lukt me maar niet om boven hem uit te komen!

  • Sjaak

    Hoi Loek,

    Bedankt voor je eerlijke reactie!
    De titel “topcolumnist” is mij als geintje door de redactie toebedeeld en daar kan ik mij volledig in vinden, aangezien ik totaal geen pretenties heb om mij als zodanig te manifesteren.
    Ik vind het dan ook veel fijner dat je mij respecteert als mens en schaker dan als schrijver van kletsverhaaltjes. Het respect is overigens wederzijds, Loek!
    Alleen met je laatste opmerking sla je de plank volledig mis. Je bent altijd een veel sterker schaker geweest dan ik. Ik heb nog nooit van je gewonnen. Ik wacht wel tot je 90 jaar bent. Dan ben je de mijne, hoewel….

    Veel groeten, ook van Sjaak Mad
    Mari

  • Loek Mostertman

    Beste Mari,

    Eerlijk gezegd denk ik, dat ik jou nog makkelijk klop als ik 90 ben!
    Heb je je wel gerealiseerd hoe oud je dan zelf bent? Als ik 100 word
    (28 juli 2036) heb je meer kans!

    Hartelijke groet van Loek.

  • Dirk Goes

    Hoi Mari!

    Even een korte reactie van een geboren en getogen Amsterdammer die een glimlach niet heeft kunnen onderdrukken. Simon C. zou trots op je zijn geweest. Houdoe!

    Vriendelijke groeten,

    Dirk Goes

  • Mari

    Hoi Dirk,

    Heel hartelijk dank voor je prachtige compliment. Dat het pluimpje van een ras Amsterdammer is, doet mij veel genoegen!!

    Vriendelijke groeten,
    Mari

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>