HMC 3 – Kemppion 1

Door Wim van Oostrum, foto’s door René Olthof

Al bladerend in oude geschriften kwam ik onlangs het volgende, zeer bekende kwatrijn tegen:

De wereld is een schaakbord
– dag en nacht geblokt –
Waarop het lot de mensen
scheef en recht verschuift,
Schaakzet en eind’lijk mat,
en ze één voor één weer in het kistje legt.

Het stamt uit de voor-Islamitische periode in Perzië, toen daar nog geen eigenlijke schaakliteratuur bestond en het werd rond 1100 geschreven door Omar Khajjam, “de tentenmaker”, een wiskundige, astronoom en dichter.
Tijdens mijn partij tegen Wilbert Rombauts (met een a!), toen ik de voor- en nadelen van Pe7 t.o.v. Tf7 zat te overwegen, moest ik steeds weer aan het bovenstaande gedichtje denken. Het intrigeerde mij zodanig dat er van de partij weinig terecht kwam. Ik heb de hele partij werkelijk helemaal niks creatiefs kunnen bedenken.

“En ze één voor één weer in het kistje legt!”, flitste het steeds weer door mijn brein.
Onwillekeurig dwaalden mijn gedachten af naar de voor velen van ons bekende Eindhovense schaker Gerard Welling die in het verleden vaak een kleine sarcofaag (ongeveer 10 cm) als mascotte naast zijn bord legde. Als hij uiteindelijk de partij winnend had afgesloten pakte hij de koning van zijn opponent om deze zorgvuldig op te bergen.
Wij zijn rare jongens, wij schakers!
In diezelfde periode liepen er verschillende excentrieke figuren rond, maar ook zonderlingen. Ik herinner mij een toernooi waar ik in de wandelgangen iemand met een onguur en onverzorgd uiterlijk tegenkwam, die zojuist had verloren. Op weg naar het toilet bezwoer hij zich het lid uit te rukken, omdat hij een simpele paardvork had overzien. Ik heb geen enkele moeite ondernomen om te proberen hem hiervan te weerhouden, want de gedachte dat een dergelijk individu ooit voor nageslacht zou kunnen zorgen stemde mij droef te moede.
En wat te denken van de Rus Episjin. Ik kwam hem eens tegen tijdens een snelschaaktoernooi. Terwijl het buiten dertig graden was liep hij rond in een dikke winterjas en een bontmuts op zijn vuurrode hoofd, zijn hele hebben en houen meezeulend in een plastic tasje van een bekende grootgrutter.
Maar ik dwaal af.
Thuiswedstrijden van HMC daar kijk ik steeds weer naar uit. Met alle teams tegelijk een competitiewedstrijd spelen heeft iets magisch. Hulde overigens aan degene die de speelzaal in Schijndel heeft geregeld. Dit is tenminste een accommodatie met de uitstraling die past bij een club die actief is in de Meesterklasse!
Toch was ik enigszins ontregeld toen bleek dat mijn vaste klankbord bij thuiswedstrijden, Kees van Oirschot, er niet was. Tijdens mijn wandeltochten langs de borden (volgens mijn stappenteller doe ik 6000 tot 8000 stappen tijdens een partij – en dan zijn er mensen die durven te beweren dat schaken geen sport is!) wisselen Kees en ik steevast allerhande anekdotes uit.
Het volgen van alle partijen vind ik intrigerend. Ik zie ze allemaal zonder echt waar te nemen. De week erna lees ik dan in de verschillende verslagen wat ik allemaal heb gezien. Openingen met de meest exotische namen komen dan voorbij.

Zo speelde Loek ditmaal het From-gambiet. Reeds op de 5e zet ging hij de fout in:
Na 1. f4 e5 2. fxe5 d6 3.exd6 Lxd6 4. Pf3 Pf6 5. d4 maakte hij met ..c5? een grote fout. Na 6. dxc5 Da5?? 7. b4! verloor Loek een stuk. Hij wist het nog tot de veertigste zet te rekken alvorens op te geven. Hij was naar eigen zeggen vergeten dat deze blunder al eerder was gespeeld door v.d. Putten in zijn partij tegen Alberts, Groningen 1990, nog geen 30 jaar geleden!
Derk-Jan kreeg de Pirc te bestrijden. Bij Zuilichem was vroeger een speler die het steevast over “dat domme Joegoslavisch” had, waarschijnlijk omdat hij er niet veel van begreep. Derk-Jan tastte op de 11e zet mis door een loper te offeren wat naar eigen zeggen tot zijn verbijstering weggeven bleek te zijn.
Ik speelde Caro-Kann, althans zo noemt men de opening die ik speelde na de eerste zet. Gaandeweg ging het over in de Doornroosje-verdediging. Na alle hierboven geschetste ontberingen die ik moest zien te overwinnen, werd ik volledig in slaap gesust door het verloop van de partij. Gevolg was dat ik met een kleine combinatie pardoes een stuk weggaf. Mijn opponent toonde al dan niet bewust enige piëteit door het stuk enkele zetten later weer terug te geven, waarna ik twee pionnen meer had. Daarna kon ik het opbrengen om mij even op de partij te richten waarna het punt vrij snel binnen was.
Rondkijkend bij de andere teams zag ik nu, maar ook bij vorige thuiswedstrijden, nog een paar leuke openingen zoals de Pacman attack, het Schnitzelgambiet, het Lolligambiet (dat regelmatig bij jeugdwedstrijden wordt gespeeld), Cambridge-Springs, Grúnfeld-Indisch… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Zelf ben ik momenteel druk bezig met het bestuderen van het Fajarowiczgambiet. De eerste twee zetten weet ik al!
Het verloop van de andere partijen was ook al niet zodanig dat er nog jaren zal worden nagepraat over deze wedstrijd.
Gijs is dit seizoen niet in goeden doen. Al vrij snel in de opening ging het mis. Eerst raakte hij een toren kwijt en toen er even later nog meer materiaal afging hield hij het voor gezien.
Bert was vrij snel klaar toen hij vroeg in de partij een volle dame cadeau kreeg.
Piet speelde een remise-opening, waarbij het niemand zal verbazen dat de partij ook daadwerkelijk in remise eindigde. Leon had met zorgvuldig spel een voordelige stelling opgebouwd. Toen het oogsttijd was liet hij eeuwig schaak toe.
Cees was als laatste bezig. In lichte tijdnood wist hij een paard te verschalken. Daarna duurde het qua aantal zetten nog best lang, maar Cees haalde het punt en daarmee het gelijkspel voor het team rustig binnen.

Klik hier voor de foto’s

3 comments to HMC 3 – Kemppion 1

  • Hoi Wim,
    Mooi verslag.
    Tijdens de volgende thuiswedstrijd loop ik weer met je mee. Trouwens, wanneer begint de Vierdaagse?

  • René Olthof

    Ik kreeg de volgende reactie van ons oud-lid Gerard Welling.
    Vanavond zat ik wat te bladeren op de site van HMC en zag plotseling een
    opmerkelijk verhaal van Wim van Oostrum.
    Een schaker die een kleine sarcofaag bij zich droeg als een soort
    mascotte, en na een overwinning de vijandelijke koning daarin keurig op
    wist te bergen.

    Vooral opmerkelijk omdat ik het verhaal ken, aanwezig was bij de eerste
    keer (en volgens mij de laatste keer) dat het gebeurde, en … dat Wim
    meent dat ik de schaker met de sarcofaag was. Helaas, zijn geheugen laat
    hem in de steek, ik was het niet, maar wel een clubgenoot van mij.
    Het betreft een wedstrijd tussen DAF I en HMC Den Bosch I en dat moet in
    het seizoen 1976-1977 zijn geweest – volgens mij verloor ik zelf mijn
    partij van Leo Mooren – en de speler met het doodskistje – zelf gemaakt –
    was … Albert de Wit ! Hij speelde met zwart tegen de toen alom bekende
    ziekenhuisarts (die in Eindhoven werkte en in Den Bosch woonde (?) en
    schaakte) Beganovic ! Het was diens koning die in het doosje verdween
    nadat hij al zijn stukken had geofferd en de aanval niet doorsloeg.
    Albert zal toen 16 jaar oud zijn geweest, hij was een jaar jonger dan ik
    dus een dergelijke kwajongensstreek is niet zo vreemd.
    Overigens kan ik me niet herinneren dat hij dat doodskistje ooit nog heeft
    meegenomen, het was eenmalig. Maar het verhaal was natuurlijk leuk en is
    nu, zie ik in het verhaal van Wim, in de loop van ruim 40 jaar een eigen
    leven gaan leiden. Nu ben ik de schaker die met regelmaat koningen in het
    sarcofaagje deponeerde…
    Wim zal destijds het verhaal ongetwijfeld van zijn broer hebben gehoord,
    want die was bij deze wedstrijd aanwezig als speler. En er ontstond nogal
    wat hilariteit na Alberts actie.
    Ik hoop hiermee ook te hebben ontzenuwd dat ik één van de “rare jongens”
    ben waartoe Wim de schakers rekent…

  • Via mijn onvolprezen broer Wim, werd ik opmerkzaam gemaakt op dit artikel/verslag tijdens een van onze telefoontjes (die duren meestal anderhalf uur of daaromtrent). We hadden het over de dierenrijmpjes van Trijntje Fop, een alias van Kees Stip, dat overigens ook een alias is, maar dit terzijde.
    Wim heeft regelmatig de neiging om een verslag over een schaakwedstrijd een andere lading mee te geven. Het verhaal van de sarcofaag is inderdaad een beetje geromantiseerd in de loop van de tijd, vanuit een kern van waarheid….
    Dat er bij andere verenigingen ook dergelijke figuren rondlopen bewijst de site van mijn huidige vereniging, de sv Heerhugowaard. Ik raad u aan om de pennevruchten (jazeker, zonder tussen n) van een zekere Piet Konijn te bekijken. Wat mij betreft zeer de moeite waard!
    Ikzelf waag mij af en toe ook aan wat schrijfsels en ik vermoed dat er een zekere familieovereenkomst bij de producten van Wim en mij naar voren zal komen. Ik wil nog wel eens putten uit de rijmpjes van voornoemde Kees Stip
    Ook Drs. P is voor mij een inspiratiebron. Als je even niet weet hoe je moet beginnen, geeft dat soms een leuke eerste aanzet.
    Anyway, ik wilde even laten weten dat ik op een of andere manier toch een zekere verbondenheid met HMC blijven houden.
    Wie ik dan wel ben?
    Wel, de meeste leden van het huidige HMC zullen mij waarschijnlijk niet kennen, maar (hopelijk) zijn er toch nog enkelen die zich mij nog herinneren.
    Ik ben dus een broer van Wim en heet Gerrit.

    Benieuwd naar eventuele reacties

Leave a Reply to Kees van Oirschot Cancel reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>