Het 3e lijdt nipte thuisnederlaag tegen LSG 6

Twee van onze steunpilaren, Leon en Derk-Jan, waren opgeroepen voor het 2e en moesten derhalve verstek laten gaan. Hun plaatsen werden ingenomen door Henk Burg en Henk Mollema. De uitslag 3- 4 was conform het verschil in ratinggemiddeldes van beide teams, 1691 versus 1741. Blijkbaar is Leiden een ‘echte’ schaakstad, zij kunnen een 6e(!) team opstellen dat sterker is dan ons 3e.

Onze nestor Loek leverde met de zwarte stukken aan bord 1 een vlotte winstpartij af. Zijn tegenstander bleek niet op de hoogte van alle finesses van het Jaenisch-gambiet dat Loek hem voorschotelde. Hieronder het partijverslag van Loek zelf:

“Wit was Marco de Mooij en ik speelde net als jouw (ondergetekende) tegenstander het Jaenisch-gambiet tegen het Spaans.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 f5 4.d3 Pf6 5.Pc3 Lc5 6.0-0 0-0 7.Lg5 h6 8.Lxf6 Dxf6 9.Pd5 Dd8 10.c3 fxe4 11.dxe4 d6? (Een lelijke fout; juist was 11… a6! met bijna gelijke kansen) 12.b4! Lb6 13.a4 a5 14.Pxb6 cxb6 15.Le2 Le6 16.Dd2 Dc7 17. Db2 Tad8 18.Tab1 Td7 19.Pd2? (Hier mist hij 20.bxa5 bxa5 21.Db6! met duidelijk voordeel) 19. … axb4 20.cxb4 Pd4 21.Tbc1?? en deze ‘tussenzet’ is een blunder; hij gaf het meteen op (0 – 1).”

Inderdaad schotelde mijn tegenstander aan bord 4 mij ook het Jaenisch-gambiet voor en ook ik kwam met de witte stukken in de problemen. In een poging om met dameruil onder een licht onaangename druk tegen mijn koningsstelling uit te komen overzag ik een truc van mijn tegenstander waardoor ik zonder enige vorm van compensatie een pion verloor. Mijn hoop was gevestigd op het laten afstevenen op een toreneindspel waarvan bekend is dat de remisemarge doorgaans vrij hoog is. En zowaar: ik won de pion terug doordat ook mijn tegenstander een truc over het hoofd zag. Plots bleken mijn torens veel actiever te staan dan de zijne resulterend in een pionnenwedloop naar wederzijdse damepromotie waarbij ik met schaak kon promoveren. Hierna kon ik zijn totaal onbeschermd staande koning met voortdurende schaakjes in een matnet verstrikken met dame en toren (1-0).

Theo aan bord 6 speelde met wit een degelijke remise tegen een op papier sterkere tegenstander. Hij dacht zelf dat zijn stelling wellicht iets beter was maar was na afloop duidelijk tevreden met een puntendeling.

Ook Henk Burg met wit aan bord 2 kwam tot remise:  “Hoewel ik het achter bord het somber in zag, viel het allemaal wel mee. Zwart leek beter te staan maar thuis analyserende klopte het aardig met mijn stelling. Op een gegeven ogenblik kwam ik zelfs beter te staan. In het eindspel had ik voor een kansrijkere voortzetting moeten kiezen. Hoewel de lopers van ongelijke kleur zoals het ging, ook in dat geval vermoedelijk wel evenwicht gehouden hadden. Remise.”

Evenals Eric met zwart aan bord 7: “Jaap Beetstra (1722) Eric Merx (1580). Ik kwam niet slecht uit de opening. Mijn tegenstander verbruikte wat meer tijd omdat hij deze opening niet kende. Ook hij kwam goed uit de opening maar werd iets te ongeduldig en wilde een aanvallende zet doen, terwijl hij waarschijnlijk beter eerst zijn stukken actiever had kunnen opstellen voordat hij ten aanval ging. Het lukte mij om hem een dubbele f-pion op te zadelen met een open f-lijn aan mijn kant. Alleen mijn koning stond wat kwetsbaar het eindspel zou een licht voordeeltje opleveren indien ik de dames zou kunnen ruilen.

Dat lukte me op een gegeven moment en ik kwam goed weg want het zou wel eens heel gevaarlijk kunnen worden voor mijn koning in het centrum.

Toen ik hoorde dat Loek Mostertman aan bord 1 had gewonnen en ik zag dat Henk Mollema een zeer kansrijke aanval had bood ik remise aan wat mijn tegenstander gelukkig accepteerde. Hij had ongeveer 130 ratingpunten meer dan ik . Dus ik was er tevreden mee.”

Naast mij speelde Cees Nuijten met de zwarte stukken tegen een Armeense tegenstander (Agaian). Het werd een strategisch gevecht dat lange tijd, althans vanuit mijn ooghoeken gezien, gelijk op leek te gaan. In het verre middenspel echter wist wit knap allerlei dreigingen tegen Cees’ koningsstelling te scheppen waardoor deze uiteindelijk in een hopeloze stand kon opgeven (1-0).

Bert aan bord 5 met de zwarte stukken kwam redelijk tot goed te staan. Helaas kon hij dit niet verzilveren en ging de partij na een onnauwkeurigheid zelfs nog verloren. Zie hier zijn partijverslag: “Mijn partij van afgelopen zaterdag tegen ene Dobbelaar verliep ongeveer als volgt: de opening ‘the King’s English’ grandioos geformuleerd een inverse Siciliaan verliep ietwat rommelig. Mijn tegenstander onder nam eerst wat op de konings vleugel, zocht vervolgens zijn heil op de dame vleugel. Er zat geen consequent plan achter. Hij hield de boel dicht. Mogelijke kleine voordeeltjes liet hij liggen. Zo doende kreeg ik de gelegenheid een goede stelling op te bouwen. In de computeranalyse een klein plusje voor mij. Hoe dit kleine voordeel om te zetten? De man produceerde van tijd tot tijd atypische zetten. Het kostte tijd om een en ander na te rekenen. Zo rond zet 38 met niet al te veel tijd op de klok kon ik de stelling openen. Nam hierbij wat risico’s. Dat zou geen probleem zijn geweest als ik de zaak wat slagvaardiger had aangepakt. Door te aarzelen gaf ik mijn tegenstander mogelijkheden. Hoe dodelijk. Achteraf kraaide de man rond een verloren partij te hebben gewonnen. Een beproefde manier om een tegenstander een nederlaag in te wrijven. Op de keeper beschouwd had ik inderdaad moeten winnen. Kortom een pijnlijk verlies.”

De, in mijn ogen, meest onderhoudende partij van de dag werd gespeeld aan het laatste bord waar Henk met de witte stukken een stukoffer bracht met gevaarlijk aanvalskansen op de lange termijn. Hierna ontspon zich een spannende strijd waarbij uiteindelijk Henk het onderspit delfde doordat zijn toren niet opgewassen bleek tegen een ijzersterk vijandelijk loperpaar. Hier zijn verslag: “Ik startte met een knetterende koppijn. 1. e4 e6, Frans, ook dat nog. De opening speelde ik niet echt handig. Ik zag mijn stelling steeds iets slechter worden. Ik besloot daarom om op zet 15 loper te offeren tegen twee centrumpionnen. Het zag er heel mooi en spectaculair uit, maar objectief gezien was het zeer zwak. Ik kreeg er echter toch wel spel mee. Lang bleef ik geloven in mijn kansen. Toen zwart een dameruil wist af te dwingen, kon ik alleen nog maar spelen voor een remise. Ik had in tussentijd dan wel een kwaliteit gewonnen, maar mijn tegenstander had het loperpaar en dat bleek een zeer machtig wapen te zijn. Uiteindelijk moest ik op zet 66 capituleren. Mijn koppijn was na 5 uur spelen verdwenen, maar een kater was er voor in de plaats gekomen.”

Koos Hendriks.

Vóór aanvang was de stemming opperbest!

Bij aanvang opperste concentratie.

Foto’s van René Olthof.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>