Het 3e verliest ook de 2e ronde

Uit naar Bussum tegen BSG 4. Bussum heeft een waar denksportcentrum dat door de schakers gedeeld wordt met de bridgers. We speelden in de Max Euwe zaal waarbij Loek aan bord 1 de eer had om onder diens portret te mogen zitten. Een dergelijk lange reis zijn we niet gewend en onderweg moest er dan ook een tussenstop gemaakt worden om de blaas te ledigen. Net als in ronde 1 waren we niet op volle oorlogssterkte door een ziekmelding en een uitvaart. Met enige moeite werden er op het allerlaatste moment twee invallers gevonden. Fred Slikboer en Theo Suikers speelden aan de laagste borden.

Zelf kreeg ik aan bord 3 met de witte stukken een Scandinavisch gambiet voorgeschoteld: 1. e4 d5 2. ed5 Pf6. Pakte het niet adequaat aan en kwam regelrecht in een kansloos eindspel terecht, 0 -1. Ik denk dat ik deze aanpak met zwart ook op mijn repertoire ga zetten.

Zo ongeveer op het zelfde moment meldde Theo Suikers zich ook met een nederlaag. Voor zover ik mee heb gekregen werd hij geruisloos weggeschoven naar een kansloos eindspel.

Theo Hovers speelde aan bord 5 een enerverende partij. Hij verloor door een fout een pion zonder compensatie, wist echter toch met zijn cavalerie tegendreigingen te scheppen die door zijn tegenstander onderschat werden. Na een rommelige en spannend middenspel met over en weer kansen werd de vrede gesloten. Onderwijl stonden Loek, Fred en Eric slecht en even vreesde ik voor een vreselijk debacle en begaf me met mijn tegenstander naar de bridgezaal voor onze partijanalyse. Bij terugkomst in de Euwezaal waren er echter 2 punten voor ons bijgeschreven.

Cees had gewonnen aan bord 2. Zijn verslag volgt hier: “Voor de 1e keer dit seizoen mocht ik een partij winnend afsluiten en wel tegen BSG 4. Altijd lastig. Ik speelde met zwart tegen meneer R.Koch op het 2e bord, een opmars omhoog door de afwezigheid van maar liefst drie van onze topspelers. Het werd een damepionspel met een extra slappe aanpak van de zijde van wit. Zijn stukken hebben in de 38 zetten durende partij de 2e lijn slechts 2x overschreden. Zodra er wat combinaties in de snel uitgevlakte stelling kwamen overzag wit de eerste de beste combinatie van drie zetten diep. Dat kostte een kwaliteit en een pion. Een flink deel van de middag werd nog gevuld met wat gespartel maar uiteindelijk rolde het punt toch binnen. Geen partij waar ik vrolijk van word.”

Bert had gewonnen aan bord 4. Zijn verslag: “Met zwart verdedigde ik mij met de NImzowitsch verdediging. Noem het een onderbondse tactiek. Het gros van mijn tegenstanders pakken dat voorzichtig aan want onbekend. Ik stond lange tijd ietwat minder maar solide. Mijn tegenstander maar zoeken naar mogelijkheden die er nauwelijks waren of anders geformuleerd: de man miste de creativiteit om dat te realiseren. Hij bood mij de gelegenheid wat kleine voordeeltjes bij elkaar te sprokkelen. Zo kreeg ik ten slotte een stelling met een vrijpion op de d-lijn tot op d4. Probleem hoe houdt een Randstedeling na 35 zetten een agrariër op d4 van de onderste lijn. De man ging sneller spelen. Vergat zijn loper. Wat is een loper? Een neoliberale term voor een schuinsmarcheerder? In het Engelse taalgebied een bishop, tegenwoordig ook geen fris beroep. Ik herinner mij nog uit de jaren 50 de term raadsheer, een feodale term. De Fransen maken er een dwaas van. Kortom wellicht voldoende verdrongen emoties, motieven om dat stuk niet aan te raken. Wie ben ik om dit aanbod te negeren? Mijn schaakprogramma Klara 32 gaf zwart ongeveer plus 10. Een zet later zag mijn tegenstander dat ook in.”

Loek trof aan bord 1 een sterke tegenstander: “Ik kreeg de Moderne Verdediging tegen die ik met het rustige c3 bestreed, dus 1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.c3. Tot zet 20 speelde ik goed, maar ik reageerde verkeerd toen ik op zijn 19… 0-0=0 met 20.b4? antwoordde, waardoor hij zijn Ld7 en Pb6 kon bevrijden; 20.Dh6! had beslissend voordeel gegeven. Zwart reageerde bijzonder sterk en na nog een fout op zet 23 kwam ik in het nadeel doordat zijn ‘slechte’ loper vanaf c6 de stelling ging beheersen.Ik offerde nog een toren tegen die geweldige loper, maar dat hielp niet meer; op zet 33 gaf ik op. Ik voorspel die Joan Arensman een goede carrière bij BSG!”

Eric aan bord 6 kwam na een enerverend gevecht in wederzijdse tijdnood tot remise: “B. de Man (1670) – Eric Merx (1580) bord 6. Mijn tegenstander trok fel van leer in de opening hij speelde al op de vierde zet h4. Ik kwam binnen 10 zetten al bedenkelijk te staan en verbruikte hier al een uur op. Ik heb de hele partij minder gestaan en kon alleen maar keepen om het hoofd boven water te houden. Op het moment dat ik niet ver verwijdert was van opgeven, probeerde ik nog met een laatste zetje mijn tegenstander te verleiden om in troebel water te vissen. Toen mijn tegenstander toch voor de verkeerde voortzetting koos kreeg ik weer wat lucht. Hij had betere zetten voorhanden. De tijdnood begon voor ons beiden mee te spelen en ik bood als eerste remise aan, wat hij uiteraard niet aannam want hij stond overwegend. Vervolgens kon ik een pion winnen en een kwaliteit. Maar mijn koning stond in het midden en behoorlijk op de tocht bovendien zag ik nauwelijks nog goede zetten om de vele venijnige aanvalszetten te kunnen afslaan. Maar plotseling bood hij remise aan omdat ik inmiddels twee minuten meer bedenktijd had. Hij durfde dit niet meer aan en ik accepteerde dan ook direct zijn aanbod.”

Uiteindelijk ging de laatste partij door Fred aan bord 7 ook verloren. Fred kwam in een pionneneindspel terecht met een minuspion dat kansloos was. Eindstand 5 – 3 in ons nadeel.

Koos Hendriks.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>