HMC3 (1656) – EVS1 (1768) 4,5-3,5

Vooraf waren we niet gerust op deze wedstrijd. Op papier was EVS veel sterker dan wij.

Op bord 1 kreeg routinier Loek Mostertman (1859) de sterke Paul van Zon (1910) tegen. Een paar jaar geleden zou deze opponent voor Loek nog een smakelijk hapje zijn geweest, maar nu heeft hij zich in deze tegenstander verstrikt.

Loek: “Anders dan de uitslag doet vermoeden had ik een gemakkelijke middag. De eerste tien zetten volgde ik Jezek – Uhlmann uit Praag 1956, die ik me nog herinnerde van Euwe’s Losbladige Schaakberichten. Mijn tegenstander deed het wel iets beter dan Jezek, maar kon toch niet verhinderen dat hij steeds meer In het nadeel kwam. Op zet 37 had ik de partij kunnen beslissen door met mijn vrijpion door lopen maar door een heel rare vergissing promoveerde juist de zijne  …. (1-0)

Cees van Zelst  (1772) mocht op bord 2 Morris Schobben (1753) gaan aanpakken. Cees had nog wat te goed van de vorige ronde waarin hij op het laatste moment de partij uit handen gaf

Cees:  “Over mijn partij van Zaterdag jl. het volgende : Als vanouds was mijn opening weer niet denderend met als gevolg dat ik wel een pion voorkwam maar daar was een triple ? pion bij die stonden op c3, c4 en c5. Mijn tegenstander wist hier echter geen raad mee en ik verkreeg het betere spel. Toen hij dacht dat hij een mataanval op touw kon zetten liet hij bewust een stuk instaan wat ik pas enkele zetten later sloeg nadat ik zijn aanval geneutraliseerd had. Ik hield het loperpaar over tegen een loper van hem en beide nog een toren waarna ik op de a en b lijn twee vrijpionnen kreeg waarna mijn opponent opgaf en onze zege met 4½ – 3½ een feit was. Deze match herinnerde mij aan mijn partij in maart 2018 tegen Deurne, waarbij mijn tegenstander 250 ELO punten hoger geklasseerd was, toen ik als laatste partij aan bord 1 van HMC 4 en ook bij een stand van 3½ – 3½ won en daarbij onze kampioenschapsdroom werkelijkheid liet worden. ” (1-0)

 Rob van Praag(1741) speelde met zwart een moeilijke partij tegen de oude rot Peter Rietra (1914) . Hij kreeg een forse aanval te verwerken en moest de winst aan zijn tegenstander laten. (1-0)

Wim van Oostrum (1736) speelde op bord 4 een taaie partij tegen Arno van Osch (1907), die op papier veel sterker zou zijn.

Wim: “Mijn partij kun je het best omschrijven als degelijk. Op een gegeven moment kon mijn tegenstander een stuk winnen. Ik zou daar drie pionnen en een verschrikkelijke aanval voor krijgen. Hij ging er wijselijk niet op in. Hierdoor kreeg ik wel een licht voordeel wat ik de gehele partij heb gehouden. In de slotstelling kon ik een pion winnen, maar aangezien Cees van Zelst bezig was het punt binnen te halen, omdat mijn pionnenstelling ernstig zou verzwakken en omdat ik niet zo heel veel tijd meer had, besloot ik het remise aanbod van mijn tegenstander aan te nemen. De teamoverwinning stelde ik daarmee veilig!” (1/2-1/2)

De partijen van Bert Kramer (1718) verbazen mij altijd. Bert is in de dagelijkse omgang een beminnelijk man en dat vind je terug in zijn partijen: kalm en rustig. Zijn partij tegen Loek Overes (1660) werd dan ook remise, maar dan wacht je altijd met schrik af wat Bert over deze partij en zijn sympathieke tegenstander te melden heeft. Oordeelt u zelf over deze keer!

Bert:Een impressie. Op zet 3 waren we reeds uit de theorie. 1. e4 Pc6 2.d4 d5 3. Lb5 a6 etc. Aangenomen dat ik niet helemaal uit de tijd ben. Daarna was het verdere knutselen met het beschikbare hout. Op een gegeven ogenblik had ik maar liefst twee paar dubbelpionnen onder het motto:  hoe maak ik mijn tegenstander gek. De man van Cartesiaanse signatuur – cogito ergo sum – schoof heel bedachtzaam verder. Op het moment dat ik begon te vrezen voor het marcheren van de Valkenswaardse fanfare met voor mij hele foute muziek, liep mijn tegenstander achter de verkeerde tamboer maître aan. De stelling bood alsnog mogelijkheden: en laat ik nou in een vlaag van Trumpiaans narcisme (een besmettelijke ouwe mannenkwaal) de minst profijtelijke kiezen. Fraai willen winnen daar moet je op gekleed zijn. Daarna was het verder rommelen. Chiara 32 geeft mijn tegenstander een klein plusje. Dus remise. Groet Bert.(1/2-1/2)
Cees Nuijten:” de groeten terug, Bert.”

 “Op bord 6 mocht ik (Cees Nuijten, 1718) met wit William Maes (1798) gaan bestrijden. Het werd een moeizame partij. Ik kwam als een krant uit de opening, maar als je op dit niveau maar volhoudt, komen de zwakke zetten vanzelf. Dat gebeurde dan ook. Met een leuk tactisch geintje wist ik een kwaliteit op te halen en even later volgde het hele punt “(1-0)

Henk Mollema (1553) is met een ijzersterk seizoen bezig. Vorige wedstrijd won hij overtuigend en ook deze wedstrijd (bord 7) tegen Johan Raap (1642) liep van een leien dakje (0-1) En in beide partijen speelde Henk met zwart! Goed gedaan Henk, je bent nu al onze topscorer.

En dan resteert nog bord 8, waar Dave Wildschut (1149, hoe kan dat nou?), verreweg de jongste in dit team, zijn debuut in het derde maakte. Een succesvol debuut tegen Roelof Salters (1561) met een plusremise en misschien had er nog wel wat meer ingezeten. (1/2-1/2)

Een resultaat waarmee we als team dik tevreden mogen zijn. In de volgende wedstrijd wacht aartsrivaal Dubbelschaak.

1 comment to HMC3 (1656) – EVS1 (1768) 4,5-3,5

  • Cees Nuijten

    Henk had mij al eerder een verslag van mijn partij opgestuurd, maar door problemen met mijn PC was dat tijdens het schrijven van dit wedstrijdverslag onvindbaar. Maar het is terecht en hier volgt het verhaal van Henk:
    “Hierbij een kort verslag van mijn partij.
    Mijn tegenstander zat in een auto die een kwartier te laat bij de Biechten aankwam. Voor mij was het tijdvoordeel 7 minuten omdat ik niet meteen de klok had aangezet.
    Ik kreeg Schots tegen. Na de opening had ik een pion meer en had ik zwart een geisoleerde pion op c3 bezorgd. Ik stond volgens mij wat beter.
    Op zet 27 deed ik een mooi kwaliteitsoffer op f3 (TxPf3). Twee zetten later heb ik mat in 8 over het hoofd gezien: ik ging voor materiaalvoordeel in plaats van op jacht naar mat.
    Daarna verprutste ik het in de partij. Het werd zelfs zo erg dat mijn materiaalvoordeel (+3,3) geheel verdampte en ik donkere wolken boven het bord zag hangen. In het eindspel hield ik een verbonden vrijpion over tegen een toren van mijn tegenstander. Gelukkig moest de witte koning van ver komen. Ik speelde het goed, hoewel het door spoken in mijn hoofd niet lukte om fatsoenlijk na te denken. Mijn tegenstander speelde het gelukkig ook niet correct want dan had hij op z’n minst remise moeten houden. Ik vond het echter toch rechtvaardig dat ik won omdat ik eerder in de partij zo’n groot voordeel had gehad.
    Ik ben na de partij snel mij adrenalinestoot gaan verdrinken aan de bar.”

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>