Ecce Homo Ludens XIV: De oprichter van Schaakbulletin


Legendarische HMC-partijen, schaakcuriosa, openingsfeitjes en nog veel meer komen aan bod in deze wekelijkse rubriek van René Olthof.
Onze wandelende encyclopedie heeft in zijn computer een hele schatkist aan schaakmateriaal verzameld, die hij nu graag met de lezer van de HMC-website wil delen onder de naam Ecce Homo Ludens. René werkt ook bij New In Chess waardoor hij de toptoernooien op de voet volgt en op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen op openingsgebied.
Zie hier de Spelende Mens, op iedere woensdag om 19.00 uur.

Toen ik laatst in de auto zat met Twan Burg, meer en meer een excellent kenner van de schaakwereld, stelde hij terloops een verrassende vraag: ‘René, wat is dat eigenlijk – Schaakbulletin?’ Het antwoord op die vraag kan hij halen uit de onlangs verschenen biografie van Wim Andriessen (1938-2017).

De belangrijkste zin uit het boek is: ‘Ik heb alles aan het schaken te danken, met name mijn vrijheid’. Op de websites van Wims eerste club WDSV (Wageningse Schaak- en Damvereniging) en zijn laatste De Waagtoren is er uitgebreid aandacht voor deze publicatie en ik wil er op deze plaats ook even bij stil staan.

De In Memoriam van Peter Doggers destijds op chess.com geeft een aardig overzicht over het belang van Wim Andriessen voor de Nederlandse EN internationale schaakwereld.

Ik geef twee partijen uit het boek van Marten Coerts met kenmerkende commentaar van Wim zelf.

De cover van het eerste (links) en laatste (rechts) nummer van Schaakbulletin

Hartverwarmende bloemlezingen uit de nalatenschap van Wim Andriessen

De loopbaan van Andriessen loopt vrijwel parallel met die van Jan Timman. Op de website van De Waagtoren schreef Wim: ‘Ik heb de eer gehad twee keer een officiële wedstrijd tegen Timman te mogen spelen. De eerste keer was in het Open kampioenschap in Dieren 1970. Ik had me goed voorbereid en kreeg de door mij bestudeerde partij Hartoch-Polugaevsky uit het Hoogoventoernooi 1970 op het bord. Toen bleek wat het verschil is tussen een amateur die een partijtje naspeelt en een professional die een opening echt kent. Timman was na afloop zo vriendelijk een aantal finesses van die opening te laten zien.
De tweede partij was een jaar later in het NK van 1971 te Leeuwarden. Het meest opmerkelijk was dat nu ik Timman in de opening wist te verrassen. Ik kreeg een goede stelling, maar begon toen aarzelend te spelen. Zetten, die ik tegen een ‘soortgenoot’, waarschijnlijk zonder enig bedenken zou hebben gedaan, brachten me nu in verwarring en liet ik tenslotte achterwege. Het is de wetenschap dat er tegenover je iemand zit die meer weet en meer begrijpt van het spel.
Ik heb die partij nog weer eens afgestoft en er mijn herinneringen bij gezet. Een Timmanpartij blijft altijd de moeite waard.

Wim Andriessen: Grootmeester in het uitgeven. Morgen zou hij 82 geworden zijn.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>