Ecce Homo Ludens XXXIX: Het Kampioenschap van Den Bosch


Legendarische HMC-partijen, schaakcuriosa, openingsfeitjes en nog veel meer komen aan bod in deze wekelijkse rubriek van René Olthof.
Onze wandelende encyclopedie heeft in zijn computer een hele schatkist aan schaakmateriaal verzameld, die hij nu graag met de lezer van de HMC-website wil delen onder de naam Ecce Homo Ludens. René werkt ook bij New In Chess waardoor hij de toptoernooien op de voet volgt en op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen op openingsgebied.
Zie hier de Spelende Mens, op iedere woensdag om 19.00 uur.

In het jubileumboekje HMC 40 van Peter van Raaij uit 1977 staat een overzicht van alle stadskampioenen van ’s-Hertogenbosch. Dat is later overgenomen, aangevuld en gecorrigeerd door Peter Boll bij het Gouden Jubileum van HMC in 1987.

Ik smul van dergelijke lijstjes, maar juist aan deze kleven enkele haken en ogen. Allereerst zijn er hiaten in te vinden en het belangrijkste probleem: het zijn in feite twee lijstjes in één, namelijk van het Stadskampioenschap van Den Bosch en het kampioenschap van het district Den Bosch, in sommige tijden ook kring geheten. Ik ben nu al enkele weken bezig met het bijeengaren van feitenmateriaal en stuit op allerlei ongerijmdheden. De tussenstand luidt als volgt:

Kampioenschap van ‘s-Hertogenbosch (Stad en ook Kring / District)

Om te beginnen wordt J.H. van Hoof in 1937 bestempeld als kampioen van Den Bosch. Wat dit inhoudt is mij niet duidelijk, misschien was hij clubkampioen van HSV.

1937/38       Dr. E. Schimmel (HSV) KRING

1938/39       Dr. E. Schimmel (HSV) KRING

?

1941/42       ? KRING

1942/43       ? KRING

1943/44       ? KRING

?             P. de Lange (?) (HSV)

1947          R. Kool (?)

1947/48       Dr. E. Schimmel (HSV) KRING

1948/49       L. Versfeld (HSV) STAD

1948/49       L. Versfeld (HSV) KRING

1949/50       A. Hofland (Hertogstad)

1950/51       L. Versfeld (HSV)

1951/52       Dr. E. Schimmel (HSV)

1952/53       Dr. E. Schimmel (HSV)

1953/54       J. Homoet (HSV) DISTRICT

1954/55       L. Versfeld (HSV)

1955/56       J. van Overdijk (Max Euwe)

?

1959/60       Dr. E. Schimmel (HSV)

?

1966/67       F. de Visser (HMC)

1967/68       J. Voormans (HSV)

1968/69       W. Rawie (HMC)

1969/70       A. Boersma (HMC)

1970/71       F. Willems (HMC)

1971/72       L. Mostertman (HMC)

1972/73       H. van Oostrum (HMC)

1973/74       J. Voormans (HMC)

1974/75       F. van Vugt (HMC)

1975/76       J. Voormans (HMC)

1976/77       M. Loman (HMC)

1977/78       M. Loman (HMC)

1978/79       M. Loman (HMC)

1979/80       H. van Oostrum (HMC)

1980/81       K. Faber (HSC)

1981/82       J. Voormans (HMC)

1982/83       T. Hommeles (HMC/OSV)

1983/84       P. Boll (HMC)

1984/85       P. Boll (HMC)

1985/86       J. Voormans (SMB)

1986/87       B. van de Donk (HMC/OSV)

1987/88       ?

1988/89       P. Boll (HMC)

1990/91       H. Grooten (Eindhoven)

1991/92       W. Hendriks (SMB)

1992/93       P. Szekely (Hongarije)

?

Anders dan op provinciaal niveau (zie mijn rubriek over het Kampioenschap van de NBSB) is de geschiedenis van dit lokale kampioenschap lastig terug te vinden in de contemporaine bronnen die mij ter beschikking staan. De première van het kampioenschap heb ik in ieder geval wel boven tafel gekregen.

Er waren dus 20 inschrijvingen die via 4 enkelrondige poules in september 1937 teruggebracht werden tot 8 finalisten.

Achteraf bezien viel de beslissing over de toernooizege al in de eerste ronde medio oktober.

Het toernooi was perfect te volgen middels zo’n twintig (!) artikelen in de Provinciale Noord-Brabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant

In zijn wekelijkse rubriek in Nieuwe Tilburgsche Courant van 15 januari 1938 schreef Emile Mulder: “Zooals men zich zal herinneren was voor de beste partij uit den wedstrijd om het kampioenschap van Den Bosch een prijs uitgeloofd; 13 partijen waren hiervoor ingezonden. Na schifting bleven 3 partijen over, waarvan onderstaande de beste bleek en den prijs verwierf. De overige twee zullen wij volgende week publiceeren.”

Deze laatste belofte werd overigens niet gestand gedaan, het bleef bij Schimmel-H.van de(r?) Laar.

Wie was Dr. E. Schimmel?

Een buitengewoon uitgebreid en volledig eindverslag verscheen op 23 december 1937, met een portret van de winnaar, die het jaar erop trouwens zijn titel prolongeerde en daarna nog (minimaal) 4 keer titelhouder werd.

Jan Voormans haalde later 5 titels binnen en Loet Versfeld completeert dit podium met 4. Daarna komen Rino Loman en Peter Boll met 3, maar de lijst is vooralsnog allesbehalve volledig, dus ik houd zeker wat slagen om de arm.

Dr. Schimmel heeft geen eigen hoofdstuk in de diverse jubileumuitgaven van HMC, maar hij hoort absoluut bij de inventaris van HSV. Ik heb tientallen berichten en publicaties over hem gezien, maar letterlijk nergens kom ik zijn voornaam tegen. Dat is trouwens niet bijzonder, voornamen zie je in die tijd zelden in geschreven publicaties. Gekomen bij de club in het seizoen 1936/37 stond zijn woonplaats aanvankelijk aangegeven als Heusden, maar in het eerste nummer van de eerste jaargang Het Nieuws van de Week, gedateerd 21 september 1955, wordt zijn adres vermeld als Ophoviuslaan 142 in Den Bosch. Hij heeft 30 jaar aan de top van HSV gestaan. In de goudenjubileumsimultaan in 1958 was hij naast jongeling Kees Jansen uit Roosendaal de enige die Botwinnik op de knieën kreeg (zie Ecce XXX) – ik heb beide notaties helaas nog niet kunnen achterhalen.

De laatste schriftelijke tekenen van schaakactiviteit die ik gevonden heb bij Schimmel stammen uit 1967.

Vlissingen-HSV 3,5-6,5 (2e klasse KNSB)

L.Mostertman rem; G.Boelaars 1; L.Mooren rem; H.Steures 1; E.Schimmel 1; H.Smit rem; J.Steenbrink 0; F.Brekelmans 0; F.v.d.Akker 1; N.v.d.Ven 1

Hun sterspeler Cor Jansen was verhinderd wegens ziekte. (De Stem 14 februari)

Er zijn nog maar een handje vol mensen die Schimmel live in actie (kunnen) hebben gezien. Uit het huidige ledenbestand licht ik Loek Mostertman, Bart van der Krogt, Roger Feytens, Peter Mooren, Cees van Zelst en Mari van Ooijen. Vergeet ik nog iemand? De beste persoonlijke bron voor meer informatie is vermoedelijk 90-plusser Loet Versfeld, die grofweg van 1945 t/m 1956 lid was van HSV en sindsdien (en nog steeds) vooral in het Eindhovense vertoefde. Van verschillende kanten hoor ik dat Schimmel een bedenkelijke reputatie had, mensen speelden niet graag tegen hem. Kees van Oirschot heeft als beginnend clubspeler Schimmel medio jaren ‘60 kort meegemaakt. Hij schrijft mij: “Inderdaad vond men hem nogal irritant, vooral omdat hij de gewoonte had met zijn vingers op tafel te trommelen en daarbij een licht sissend/fluitend geluid te maken, natuurlijk bij voorkeur wanneer de tegenstander aan zet was.”

Ik heb slechts een dozijn partijen van de man, de meest recente een spannend gevecht tegen Jo van Overdijk uit 1967.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>