Ecce Homo Ludens XLIII: De alleroudste?


Legendarische HMC-partijen, schaakcuriosa, openingsfeitjes en nog veel meer komen aan bod in deze wekelijkse rubriek van René Olthof.
Onze wandelende encyclopedie heeft in zijn computer een hele schatkist aan schaakmateriaal verzameld, die hij nu graag met de lezer van de HMC-website wil delen onder de naam Ecce Homo Ludens. René werkt ook bij New In Chess waardoor hij de toptoernooien op de voet volgt en op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen op openingsgebied.
Zie hier de Spelende Mens, op iedere woensdag om 19.00 uur.

Er zijn wereldkampioenen die geen openingsvarianten op hun naam hebben staan, maar ook toppers met drie of meer. Alapin, Nimzowitsch, Marshall.

Er zijn talloze Marshall-gambieten

Naar sommige wat mindere goden zijn twee openingsvarianten genoemd. Ik denk bijv. aan Friedrich (Fritz) Sämisch (1896-1975) die zelfs naamgever is van twee hoofdvarianten: 5.f3 tegen het Koningsindisch en 4.a3 tegen het Nimzo-Indisch.

Vladimir Antoshin (14.5.1929 – 13.5.1994) hoort ook tot deze categorie. We kwamen hem al tegen in Ecce XVII als naamgever van een variant in de Philidor-verdediging: 1.e4 e5 2.Nf3 d6 3.d4 exd4 4.Nxd4 Nf6 5.Nc3 Be7.

Antoshin speelt de Antoshin-variant: 1.e4 e5 2.Nf3 d6 3.d4 exd4 en nu 4.Qxd4 Nc6

Vijfvoudig deelnemer aan het Russisch kampioenschap (in 1955-56-57-67-70), maar ik zal U allerlei gegevens en feiten omtrent zijn persoon besparen. U kunt daarvoor terecht in deze link.

Ik dacht aan hem toen ik in mijn rubriek vorige week schreef over ten onrechte opgeven.

het portret van Vladimir Antoshin in de ‘Shakhmaty – Entsiklopedicheskiy Slovar’ uit 1990

Soms zit het mee, maar geluk moet je ook afdwingen.

Dankzij zijn met Kotov en Simagin gedeelde tweede plaats (achter Vladimir Zagorovsky) in dit stadskampioenschap werd in 1952 aan Antoshin de Master of Sport-titel verleend.

De Hort-Antoshin-variant
De andere openingsvariant deelt hij met Vlastimil Hort.

Vlastimil Hort in actie op het Hoogoventoernooi

Het idee om de opmars …e7-e5 door te zetten in het Hollands is natuurlijk niet nieuw, maar Hort deed dat op een speciale manier. Hij speelde zijn pionnen naar d6 en c6 en de dame naar c7. Antoshin schreef erover in een artikel uit 1964: “De eerste keer dat ik met dit idee geconfronteerd werd speelde ik met de witte stukken tegen Hort in het internationale toernooi van de centraal Russische schaakclub in 1960 in Moskou. Mijn bedoeling het idee van zwart door middel van een paarduitval te gronde te richten leidde tot erbarmelijke consequenties. Reeds op zet 16 stond wit helemaal niet goed meer.”

“Deze partij maakte een sterke indruk op mij. Na grondige analyse van de varianten die voortkomen uit de eerste vijf zetten besloot ik dit schema als zwartspeler toe te passen. Het resultaat overtrof alle verwachtingen. Reeds het eerste experiment leidde tot een glanzende overwinning, en in totaal werden zes en een half punt verzameld uit zeven partijen.”

De Hort-Antoshin-variant was geboren.

Het moge dan de eerste keer zijn geweest voor Antoshin, Hort had de opstelling al eerder toegepast, bijv. in het 29e kampioenschap van Tsjechoslowakije in februari 1960.

Ook andere spelers in het Oostblok namen in de jaren ’60 deze Hort-Antoshin- variant op hun repertoire. Speciale vermelding verdient hierbij Alexander Zaitsev.

Alexander Zaitsev (1935-1971)

In zijn derde Russisch kampioenschap deelde hij in Alma-Ata 1968/69 de eerste plaats met Polugaevsky, maar verloor de aansluitende play-off om de titel. Na zijn deelname aan het 9e Rubinstein Memorial in Polanica Zdroj in augustus 1971 (8 uit 15) besloot hij vóór zijn huwelijk zijn been te laten verlengen om mank lopen tegen te gaan. Hij overleed na de operatie ten gevolge van trombose.

De zwarte opstelling is een typisch voorbeeld van een universele openingsaanpak. Hij speelt gewoon zijn zetjes …f7-f5, Ng8-f6, …d7-d6, …c7-c6 en …Qd8-c7. Wit kan de zaken op meerdere manieren aanpakken. In de noten bij zet 5 van Antoshin-Hort ontwikkelde wit de twee paarden naar c3 en f3 en wachtte met Bf1-g2. In de volgende twee partijen kwam de hoofdvariant aan de orde. In de partij van Zaitsev stelde wit Ng1-f3 uit om een versnelde opmars d4-d5 mogelijk te maken.

Verrassingseffect
Een verhaal over de Hort-Antoshin-variant is niet compleet als de naam Perez Garcia niet valt.

Hebert Perez Garcia (Wijk aan Zee 2019) – al meer dan vier decennia in Nederland

Hij vertaalde het oorspronkelijke artikel van Antoshin uit 1964 naar het Spaans en populariseerde de variant na zijn komst naar Nederland rond 1980 ook hier te lande. Hij benadrukt in zijn spaanstalige publicaties het verrassingseffect en waarschuwt nadrukkelijk over ‘overbegrazing’. Niet alles wat schijnt is goud.

Antoshin in actie op het 13e Chigorin Memorial

Van Antoshin bestaat geen biografie of partijverzameling en er circuleren ook nauwelijks afbeeldingen van hem. Dit is een van de weinige. Antoshin is aan zet en het lijkt er sterk op dat hij opnieuw de Philidor-variant op het bord heeft. Die speelde hij op dat toernooi met groot succes in drie opeenvolgende zwart-partijen, tegen Josef Augustin, Igor Zaitsev en Bozidar Ivanovic. Uitslag: 0-3.

We herkennen links op de foto Evgeny Sveshnikov en rechts (met bril) Igor Zaitsev, beiden deelnemer in Sochi 1979. De grote vraag, die ik en niemand in mijn omgeving kan beantwoorden, is: wie is de vierde persoon?

Historie
We zijn al enkele voorbeelden tegengekomen van partijen die eerder gespeeld werden dan die van Hort in 1960. In deze komt de zet Nb1-c3 later dan gebruikelijk.

De alleroudste?

4 comments to Ecce Homo Ludens XLIII: De alleroudste?

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>